Het Europese Hof van Justitie werpt nieuwe belemmeringen op voor deportatie

Het Europese Hof van Justitie werpt nieuwe belemmeringen op voor deportatie

Het laatste arrest van het Europese Hof van Justitie (dossiernummer C-517/17), dat op 16 juli werd gepubliceerd, kreeg weinig media-aandacht. Deze beslissing zet vraagtekens bij het Europese asielstelsel.

De hoogste EU-rechtbank, waarvan de jurisprudentie bindend is voor alle lidstaten, heeft verblijf verleend aan een asielzoeker uit Eritrea die asiel had aangevraagd in Duitsland, hoewel hij al was erkend als vluchteling in Italië.

Het verantwoordelijke federale bureau voor migratie en vluchtelingen (BAMF) in Duitsland wilde de man daarom in het kader van een nieuw proces overdragen aan de Italiaanse autoriteiten. Volgens de bepalingen van de relevante Dublinverordening ligt de verantwoordelijkheid voor asielzoekende onderdanen van derde landen doorgaans bij de lidstaat waar de persoon voor het eerst het zogenaamde Schengengebied is binnengekomen.

De bijbehorende procedurerichtlijn 2013/32 bepaalt daarom dat een verzoek om internationale bescherming in bijvoorbeeld Duitsland als niet-ontvankelijk kan worden beschouwd als deze bescherming al is verleend door een ander EU-land, in dit geval Italië. Het EHvJ heeft de hindernissen voor terugkerende migranten in dergelijke gevallen nu aanzienlijk verhoogd.

De Luxemburgse rechters benadrukten dat de afwijzing van een asielaanvraag alleen mogelijk is als de betrokkene vooraf de gelegenheid heeft gehad persoonlijk te worden gehoord. Op deze hoorzitting – en dat is de kern van de zaak – kan de verzoeker commentaar geven op de vraag of een andere lidstaat hem daadwerkelijk internationale bescherming heeft verleend.

Hij kan dan alle specifieke omstandigheden van zijn zaak presenteren, zodat de asielautoriteit op basis van deze informatie kan beslissen of de asielzoeker “ernstig gevaar” loopt als hij wordt overgebracht naar het EU-land van eerste binnenkomst en onderworpen is aan ” onmenselijke of vernederende behandeling ”volgens het Handvest van de grondrechten van de EU. Mocht dit het geval zijn, dan is de terugkeer van de betrokken persoon zoals bepaald in de Dublinverordening niet toelaatbaar. De “vluchteling” blijft dan waarschijnlijk in de lidstaat waarnaar hij illegaal is verhuisd.

In de toekomst zal de BAMF elk individueel geval zorgvuldig moeten controleren, aangezien de autoriteit voor de rechtbank zal moeten bewijzen dat de relevante bepalingen van het EU-Handvest van de grondrechten werden nageleefd – een langdurige en zware taak. Bovendien zal de vraag of in de praktijk aan deze eis wordt voldaan, waarschijnlijk tot langdurige en controversiële discussies leiden. Ontoereikende huisvestingsmogelijkheden of vijandigheid van de lokale bevolking in een lidstaat kunnen voldoende zijn om de deportatie van een vreemdeling onmogelijk te maken.

Het is daarom te voorzien dat het toch al relatief kleine aantal transfers vanuit Duitsland naar andere EU-landen als gevolg van deze nieuwe uitspraak verder zal afnemen. Bovendien zullen veel meer “beschermingszoekers” die al in Italië of andere arme Schengenlanden zijn geregistreerd, nu hun weg vinden naar rijke EU-landen.

Het vonnis van de Luxemburgse rechter zal waarschijnlijk ook veel onenigheid zaaien in de EU, aangezien het de zogenaamde “Europese geest” niet waardeert. De vraag rijst hoe het Hof ervan uitgaat dat het Handvest van de grondrechten door sommige individuele landen niet wordt gerespecteerd. Het naleven van de grondrechten en mensenrechten en het naleven van de Europese regelgeving inzake migratie en asiel, zijn altijd essentiële voorwaarden geweest voor open grenzen in de Schengenzone.

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft nog een ander onbedoeld gevolg: als ‘vluchtelingen’ niet mogen worden teruggestuurd naar andere lidstaten omdat ze daar met onmenselijke of vernederende behandelingen worden bedreigd, dan is de zin van de door Brussel gewenste quotumregeling en Berlijn voor de verdeling van asielzoekers binnen de EU als kern van een nieuw Europees asielbeleid, zou niet langer gelden.

Migranten die zijn toegewezen aan een “onaantrekkelijk” gastland, zullen uiteraard proberen te verhuizen naar hun “gewenste staat” omdat deze verwachting wordt versterkt door de nieuwe uitspraak van het Hof van Justitie.

READ ALSO;  Breaking: Premier Rutte moet mogelijk in quarantaine door zieke minister EU-top
CATEGORIES
TAGS
Share This

COMMENTS

Wordpress (0)
Disqus (0 )